De omgeving, Konikpaarden

 

terug

Om de verjonging van struiken en bomen te behouden heeft de Stichting het Groninger Landschap voor begrazing gekozen. In eerste instantie is men hiervoor vee gaan inzetten als koeien en shetland-pony’s. Koeien moeten in de winter echter op stal, zodat dan de begrazing niet kan worden voortgezet. Afgestorven planten, zoals brandnetels, zorgen dan voor een verrijking van de bodem waardoor het volgend jaar nog meer brandnetels gaan groeien. Ook bramen zijn daar een goed voorbeeld van. Die groeien maar door uit de jonge scheuten.

Men heeft toen gekozen voor grote grazers die voorgoed op het landgoed kunnen blijven en zo weinig mogelijk verzorging nodig hebben. Verder moesten ze ook erg rustig op mensen reageren en geen agressief gedrag vertonen. Men stuitte hierbij op de Konik, een paardje uit Polen, met veel kenmerken van het wilde (uitgestorven) paard, de Tarpan.